Column: Bulderende Bob De Bouwers (2003)

Tien jaar geleden had ik mijn eerste baantje: postbode in de nieuwbouwwijk Kloosterveen in Assen. Dit deed ik naast mijn studie journalistiek. Eén van de opdrachten die ik in die periode kreeg was: schrijf een column voor een zelfgekozen medium. Op een zaterdag, tijdens mijn vaste postronde, besloot ik hem te schrijven voor het TPG-personeelsblad. Vriendinnen uit die tijd herinneren zich de column nu nog, omdat de docent er om moest lachen. En dat deed ‘ie anders nooit. Gelukkig heb ik hem bewaard en ik zie nog precies de locatie voor me waarop ik deze column in mijn hoofd alvast begon te schrijven: de Aletta Jacobsweg.

Bulderende Bob de Bouwers

Veel vrouwelijke collega’s zullen het wel herkennen. Fluitende bouwvakkers en joelende stratenmakers die geamuseerd toekijken hoe je je met volle fietstassen door een blubberig straatje probeert te worstelen. Terwijl je schoenen onder de smurrie komen te zitten en de fiets steeds verder weg lijkt te zakken, gaan de mannen onderling praten. Of beter, schreeuwen. Want die postbode moet natuurlijk wel horen wat ze te zeggen hebben. Vaak komen ze niet verder dan: “Die mag elke dag wel langskomen” of “Die van gisteren vond ik leuker”. En dan denken ze ook nog dat ze origineel en grappig zijn, te oordelen aan hun bulderende lach, schuddende buik en schuine blikken.

Negeren die hap, denk je dan. Dan vinden ze je weer chagrijnig of arrogant. Het liefst zou ik ze met hun eigen heipaal de grond in stampen. Maarja, dan kom ik natuurlijk nooit met mijn zwaar beladen fiets door dat vieze blubberige straatje waar ze eenmaal onder de grond niet verder aan kunnen werken. Andere optie. Ze de huid vol schelden. Kan ook niet. In functie moet je beleefd zijn en ze zullen er met hún humor alleen maar de grootste lol om hebben. Laatste optie: Al je collega’s optrommelen en de rollen omdraaien “Die heeft inkijk van achteren!” “Die mag ook wel eens een gezichtsbehandeling” “Waarom is die niet aan het werk bij Harry Klooster?” Lijkt me humor om een keer te doen. Leuke flashmob-actie ook. Maar het gewenste resultaat zal het niet hebben.

Toch maar negeren, dan maar chagrijnig of arrogant. De stemmen van de boerenpummels schallen door de hele wijk en het blijkt erg lastig die bulderende mannen niet te horen. De oplossing: een discman. Met een dansbare cd erin, daar ga je nog harder van lopen ook, des te eerder ben je klaar met de blubberige straat vol met Bob de Bouwers. Fluitend werk je je bundels af. Totdat je op je schouder getikt wordt. Een bouwvakker. Met ‘I Love Almelo’op zijn T-Shirt. ‘Wat nou weer?’ Vraag je je af. ‘Dag postbode. Mag ik wel een elastiekje?’ What the fuck? Grapje zeker? Onderzoekend kijk je hem aan. Nu helemaal overtuigd van hun lage IQ haal je gniffelend een elastiekje van je stuur. “Ja, voor mijn brooooddoooos” zegt ie erachteraan. “Want die wil niet meer dicht. Dankjewel hoooor!”. Gelukkig, ze bestaan nog. Aardige bouwvakkers. Scheelt me een hoop batterijen.

 

Follow my blog with Bloglovin

Geplaatst in Blog, Schrijven en getagd met , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *