“Dit was mijn afkickkliniek. Zullen we even binnen gaan kijken?”

Hier vierde ik een paar jaar geleden kerst“, zegt hij, terwijl hij op een afgelegen stukje grond onder een brug bij de haven wijst. De jongeman die me zijn stad laat zien, blijkt een niet-alledaagse achtergrond te hebben. Hij is verslaafd geweest aan alcohol en drugs en was in die tijd werkloos en dakloos. Het is een confronterend moment, ook al heeft hij zelf niet door hoeveel indruk het op me maakt.
Hij werd mensonwaardig behandeld door de inwoners van de stad waar hij opgroeide, en als uitschot gezien. Hij is echter een van de meest vriendelijke, getalenteerde en zorgzame mannen die ik ooit heb ontmoet.

Vanaf de haven lopen we richting het centrum. Hij vertelt over de gebouwen waar we langs lopen: we zien een kerk waar tachtig procent van de inwoners elke zondag naartoe gaat. Verderop is het huis van zijn moeder, met wie hij geen contact meer heeft. En dan lopen we richting een wit gebouw, die op het eerste gezicht niet verschilt van de andere gebouwen in de straat. “Dit is mijn afkickkliniek, hier heb ik een jaar gewoond. Zullen we even kijken of we naar binnen kunnen? Er wonen nog vrienden van me“. Een afkickkliniek. Die heb ik nooit eerder van binnen gezien. En zo ver ik weet, ook niet van buiten. We worden hartelijk ontvangen door de aanwezige jongedame die in de kliniek werkt, en ze vraagt of ik wat wil drinken. Ik krijg een kop thee, terwijl we in de tuin gaan zitten en hij met zijn vrienden praat in een taal die ik nauwelijks versta. Twee andere jongemannen komen net uit de stad. Allebei met een tas van een schoenenwinkel: “Eigenlijk hadden we ze niet nodig, maar we hebben toch schoenen gekocht! Hihi!

Na ongeveer een uur daar gezeten te hebben, lopen we naar zijn huis, waar ik een week logeer. Twee deuren verder blijkt een gezamenlijk huis voor verslaafden te zitten. Of ex-verslaafden, dat weet ik niet meer. In elk geval kunnen ze niet meer voor zichzelf zorgen. Eén van de bewoners komen we voor de ingang tegen. Het blijkt een oude vriend en bandgenoot van mijn gastheer te zijn. De man kan niet meer normaal functioneren, wat duidelijk aan zijn houding en vooral aan zijn ogen af te lezen is. Of we samen in een band spelen vraagt hij, want vroeger zaten zij wel samen in een band. Vroeger, toen ze allebei nog verslaafd waren. Vroeger, toen de één besloot af te kicken en de ander dat niet deed of kon. “Hij was echt een goede vriend, maar de drugs hebben een totaal ander persoon van hem gemaakt. Het is echt heel naar om hem te zien. En bovendien: ik had dat ook kunnen zijn“. In stilte lopen we naar zijn bovenverdieping. Daar drinken we koffie en luisteren we muziek, terwijl ik bedenk hoe blij ik ben dat deze toffe jongeman het goede pad op is gegaan.

AfkickkliniekColumn

Picture by Sasha Wolff, under CC license

Geplaatst in Blog, Schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *