Even waren we weer samen..

Daar liep hij. Na lange tijd zag ik hem weer, een van de weinige keren na ons afscheid zo’n twaalf jaar geleden.

Nog altijd met dezelfde geluidloze tred als destijds, en zijn witte, korte haren, liep hij door zijn oude en vertrouwde omgeving. Ik was zo blij om hem te zien, en tegelijkertijd was het de normaalste zaak van de wereld. Alsof dat vreselijke moment in 1996 nooit plaats had gevonden.

De deur van de buren stond open, ze waren bezig met het verplaatsen van een kast. Een moment dacht ik dat hij bij hen naar binnen ging, maar hij zat verderop bij een muur. Dat was niks voor hem, hij wilde altijd van alles het fijne weten.

Naar hem toe gaan deed ik niet. Het voelde niet natuurlijk. Toch wilde ik hem niet weer laten gaan, en was ik me bewust van zijn aanwezigheid. Een aanwezigheid die ook plotsklaps verdwenen kon zijn.

Al die keren dat ik een leeg huis aantrof zijn niet te tellen. Iedere keer weer wist ik hem te vinden, en bracht ik hem weer thuis. Ook nu had ik hem weer gevonden. Ik liep naar hem toe en pakte hem op: de allerliefste en allerleukste hamster die ooit heeft geleefd. Kwibus!


Oké, dit verdient even wat toelichting!

In 1993 kreeg ik een hamster. Kwibus, noemde ik hem. Een albinobeestje die regelmatig wist te ontsnappen uit zijn kooitje. Om vervolgens te gaan slapen op zijn lievelingsplekje in een nestje van oude en door hem verscheurde poppenkleertjes, in de hoek van een kast. Hij sliep regelmatig in mijn handpalm en was nooit agressief. Echt een schatje!

Ik was ontroostbaar toen mijn moeder hem na een jaar of vier dood in zijn hokje vond. Ook al zijn we ruim tien jaar verder, ik denk nog regelmatig aan hem. En dat uit zich in dromen als deze.

Het ga je goed, lieve Kwibus!

 

 

Geplaatst in Blog, Schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *