Half kopje koffie

Koffie

Op mijn bureau staat een halfvol kopje koffie. Latte Macchiato om precies te zijn: melk met een koffiesmaakje. In mijn geval is het water met een melk- en koffiesmaak, want ik heb de opschenkversie. Erg sterk is het niet, maar de eerste helft gaf me al zo’n oppepper dat ik de koffie compleet vergat bij het schrijven van deze column voor de een lokale krant.

Koffie, het is nog een beetje nieuw voor mij. Jarenlang wilde ik er niets van weten na er een keer ziek van te zijn geworden, of te hebben gedacht dat het de oorzaak was van mijn belabberde toestand. Dit moet in 1993 geweest zijn. Ik was nog een klein meisje en ik wilde bij de grote mensen horen. Steeds vaker drong ik bij moeders en oma aan om ook koffie te mogen drinken als zij en opa het dronken. Uiteindelijk kreeg ik het. Met melk, veel melk, maar ik dronk koffie en dus was ik al heel groot! Todat ik, enkele maanden later, rillend in een slaapzak besloot om het nooit meer te drinken. Een verstandige beslissing van een tienjarig meisje, al zeg ik het zelf.
Afgelopen zomer ben ik echter toch weer overstag gegaan. Hoewel de smaak van koffie me nog steeds niet beviel, kon ik de cafeïne goed gebruiken. Ik liep stage bij een festival, en hoe dichterbij het festival kwam, hoe korter mijn nachten werden en hoe minder strak mijn spanningsboog stond. Koffie was dé oplossing. Op kantoor waren de kannen niet aan te slepen en ik heb het vermoeden dat er extra dozen met creamer voor mij werden besteld tijdens de wekelijkse horeca-inkoop.

Toch kan geen enkele koffie die van mijn oma overtreffen. Hetzelfde kopje koffie smaakte thuis bijvoorbeeld lang niet zo lekker als bij opa en oma. Zelfs het drinken van een half kopje was bijzonder bij mijn grootouders: op een dag vroeg ik om zo’n half kopje, en een paar minuten later zette oma die voor mijn neus. Letterlijk: het kopje was half rond en had een platte zijkant. Ik snap nog steeds niet waarom, maar ik vond het verschrikkelijk en ik ging onder de tafel zitten brullen. Misschien dacht ik dat dat normaal was voor grote mensen. Nu ik wél echt bij de grote mensen hoor, drink ik koffie zonder er ziek van te worden en kruip ik niet onder de tafel bij een flauwe grap. Integendeel. Nu ik naar mijn inmiddels koud geworden restje Latte Macchiato kijk, zie ik het halve kopje voor me en denk ik met een grote glimlach terug aan de goedbedoelde grap van mijn oma.

Geplaatst in Blog, Schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *