Geschreven portret: Guido Weijers (2004)

Gister was de oudejaarsconference van Guido Weijers op TV. Op Twitter zie ik afwisselend zeer positieve én zeer negatieve reacties voorbij komen. Mijn conclusie is: veel lovers, veel haters.. goed bezig, die Guido! Zelf heb ik hem niet gezien overigens, terwijl ik vroeger groot fan was. In 2004 interviewde ik hem nog na afloop van zijn tweede voorstelling ‘Myosotis’ die hij in theater De Kolk in Assen speelde. Dit was naar aanleiding van een studieopdracht, namelijk: schrijf een portret. Lees het interview hieronder! Let wel: dit was een studieopdracht van bijna 10 jaar geleden, en ik heb sindsdien veel vooruitgang geboekt ;-)

 

Als je wilt doen wat je wilt, moet je dóen wat je wilt”

 

Guido Weijers is een cabaretier met een boodschap. Was het in zijn eerste show ‘Oxymoron’ nog ‘blijf geloven in je dromen’, in zijn nieuwe show ‘Myosotis’ is het: ‘dromen is niet genoeg. Als je wilt doen wat je wílt, moet je dóen wat je wilt.‘

 

Door: Janine Sterenborg

 

Het podium staat voor de ‘cabaretier-met-de-zachte-g’ Guido Weijers (26) op één. Daar voelt hij zich het prettigst. TV hoeft voor hem niet zo. “Ik wil in het theater mijn ding doen. Mijn doel is niet beroemd worden, mijn doel is in het theater iedere avond mensen vermaken, sommige mensen misschien tot nadenken zetten.” Iedere avond in het theater, zo ver is het nog niet, maar drie keer per week is geen uitzondering. Evenmin als uitverkochte zalen en extra voorstellingen. Het optreden in het Steigertheater in Nijmegen was binnen 1 dag uitverkocht, maar Guido blijft er nuchter onder. Op het podium lijkt hij zo uit een hyperactieve kledingreclame van een TMF-reclameblok gestapt te zijn, terwijl hij in het café van theater de Kolk in Assen een simpele witte wollen trui draagt en in alle rust een colaatje drinkt, terwijl hij ondertussen een smsje typt. “Dat was voor iemand die geen keuzes kan maken.” verontschuldigt hij zich.

Guido staat bekend als actueel, ultrasnel en niet te stoppen. Niet iedereen vind de snelheid prettig, maar daar trekt de cabaretier zich niks van aan. “Dit is hoe ik het het liefste doe. We zijn allemaal van een zap-cultuur dus ik heb geen zin in hele lange stiltes. Er moeten wel serieuze dingen tussen zitten omdat ik dingen wil zeggen. Maar het komt bij míjn publiek het beste over als ik het in deze vorm giet. Snelheid en dan af en toe een paar rustmomenten. Ik vind dat als ik in een behoorlijk tempo zeg: ‘je kunt doen wat je wil of doen wat je niet wil. En doen wat je niet wil is ongeveer hetzelfde als níet doen wat je wél wil.’ Dat kan ik ook drie keer zo langzaam zeggen en dan begrijpt de hele zaal het. En dan begrijpt ook de domste idioot het. Maar ik wil dat mensen er gewoon eventjes bij nadenken, en dan mogen we ook weer verder. En dan als je thuis bent, denk er dan nog maar eens goed over na. Maar ik ga de mensen niet de kans geven om het op dat moment al helemaal te verwerken. Dat hoeft van mij niet.”

Eigen weg
Guido volgt zijn eigen weg. Dat heeft hij altijd al gedaan. Dankzij zijn ouders heeft hij kunnen ontdekken wat hij wilde worden. Op zijn zesde was dat nog clown, op zijn tiende Huub Stapel en op zijn elfde cabaretier. ‘Oké’, was telkens hun reactie. “Mijn ouders hebben mij altijd onvoorwaardelijk gesteund in wat ik wilde. Altijd.” Om zijn ouders gemoedsrust te geven, heeft hij wel zijn studie afgerond. Na een jaar CMV in Arnhem gestudeerd te hebben, stapte Guido over naar de opleiding Toerisme in Breda. “Dan had ik in elk geval wat zekerheid. Maar ze hebben me altijd gezegd, ‘doe wat je wil’. En mijn broer ook. Dat vind ik wel erg fijn. Ik hoef me tegenover niemand schuldig te voelen. Iedereen vind het leuk wat ik doe.” Wel moeten de mensen in de omgeving van Guido zich aan hem aanpassen. “Dat is wel heel vervelend, want elke keer als zij vrij zijn moet ik spelen. Als ik met mijn vrienden wil gaan stappen, komen ze naar het theater, dan gaan we na die tijd de stad in. Dat is natuurlijk wel een aanpassing. Andersom gaat het niet.” De enigen die Guido verloren heeft door zijn baan zijn vriendinnen. “Podium staat bij mij op 1, totdat ik mijn droomvrouw tegenkom. Er zijn ook vrouwen die dan toch vinden dat ik ze 3 keer in de week moet zien en dat gaat niet. Als zij werken of studeren dan zijn zij overdag weg en ’s avonds ben ik weg. En op het moment dat ik een dag vrij ben zit ik teksten te bedenken, óf ik ben een mailtje aan het sturen, óf mijn website aan het updaten. Dat staat allemaal in dienst van mijn podium, daar ben ik het gelukkigst. Dus als een vrouw naast mij wil lopen, moet ze mij tegelijkertijd erg vrij laten en dat is voor veel mensen heel moeilijk. Het zal vanzelf veranderen hoor, er zal best wel een tijd komen dat ik een avond op de bank fijner vind dan een avond op het podium. Maar dan moet het dus echt mijn droomvrouw zijn.” Waarop hij met een lach vervolgt: “En dan ga ik niet de hele avond TV kijken!”

 

Nieuwe grappen
De omgang met mensen is belangrijk voor het ontstaan van nieuwe grappen. De meesten ontstaan als Guido met andere mensen aan het praten is. Aan de telefoon, met vrienden, op vakantie, of ’s nachts om 3 uur. “Dan wordt ik wakker en dan denk ik: ooh, da’s keigoed!” Sommige grappen vinden anderen helemaal niet leuk. “Maar die vind ik dan supergoed.” Enthousiast begint Guido te vertellen over een van die grappen. “Ken je de wet van Murphey? Alles wat mis kan gaan gaat mis. Dus als je een boterham met pindakaas laat vallen,” -zijn arm zwaait door de lucht alsof zijn hand een boterham is- “dan valt die altijd met de kant van de pindakaas op de grond.” Guido komt weer overeind. “Dat is de wet van Murphey. Als je een boekje hebt met de wetten van Murphey, dan staat er letterlijk in: een boterham valt altijd met de kant van de pindakaas op de grond. En het lijkt mij dan leuk om een filmpje te maken, waarin ik zeg: ‘ik ga nu laten zien wat de wet van Murphey is.’ Dan pak ik een boterham met pindakaas. Maar natuurlijk valt die niet met de kant van de pindakaas op de grond, want alles wat mis kan gaan, gaat mis. Dat is de wet van Murphey. Dat vind ik zo’n subtiele, leuke humor.. maar das een grap over een grap heen, en dat gaat voor heel veel mensen een stap te ver.”

 

Echte kabouter
Het publiek voor de gek houden is ook iets waar Guido plezier in beleeft. “Mijn vader, die kon supergoed tekenen. Als hij zo’n klein mannetje tekende met een baard en een puntmuts op, dat was net een echte kabouter’. Maar echte kabouters bestaan helemaal niet! Dat vind ik de humor! Dan denkt de hele zaal, ‘ja net een echte kabouter!’
Hallo zaal…!”

 

Youp
Deze scherpte en snelheid hoort bij de nieuwe generatie cabaretiers. Guido kijkt eens naar het portret van Youp van het Hek die verveeld toekijkt vanaf de muur. “Ik heb een keer samen met Youp, Arie & Silvester en Jochem Meijer gespeeld in Den Haag.” Bert Visscher presenteerde het. Stuk voor stuk cabaretiers met een hoog tempo. “Youp weet totaal niet wat ik doe en wat anderen doen. Youp staat op een gegeven moment op het podium en zegt: ‘ja mevrouw, ik ga wel snel he?’” Doet Guido zijn collega na met een slome stem. “Terwijl ik net een aerobicsact heb gedaan met vette housemuziek op de achtergrond. Dan komt hij op en zegt ‘ik ga wel snel he.’ Dat is gewoon niet zo. Hij was de langzaamste. Toen was het echt duidelijk dat de nieuwe generatie een stuk sneller gaat dan Youp. Alleen zolang Youp zelf blijft zeggen dat hij snel gaat en mensen hem niet gaan vergelijken, dan blijven ze geloven dat hij snel gaat. Dan hou je zelf je mythe in stand.”

Ondanks dat Guido veel nadenkt over dingen, druk aan het werk is aan zijn toekomst, weet hij ook te relativeren. “Ik vind vandaag altijd de mooiste dag, want gisteren heb ik niet zoveel zin in en morgen zegt me ook niet zoveel, vandaag moet ik ervan genieten.”

 

Korte biografie
Guido werd geboren op 30 juli 1977, in het brabantse dorpje Boxmeer. Tijdens de eindexamenuitreiking op de HAVO trad hij voor de eerste keer op als cabaretier. Bij drie toneelscholen (Maastricht, Eindhoven en Arnhem) werd hij afgewezen, want ‘hij was te creatief’. Een acteur moet spelen wat de regisseur hem vraagt, maar hij was geen marionet en wilde zelf de touwtjes in handen hebben. Na een jaar CMV in Arnhem studeerde hij Toerisme in Breda. Daar werd hij enkele malen gevraagd om wat avonden te presenteren en ‘aan elkaar te praten’. In 1997 en 1999 huurde hij het Chasse Theater in Breda en het Weijertheater in Boxmeer af, om oudejaarsconferences in eigen beheer te spelen. In januari 2000 besloot hij zich aan te melden voor het Leids Cabaret Festival en het Cameretten Festival. Bij het Leids haalde hij net niet de finale, maar in Rotterdam lukte hem dat wel en won hij ook de publieksprijs.

 

Guido is de komende twee weken te zien in:
-Theater De Kom, Nieuwegein, donderdag 5 februari 2004 (uitverkocht)
-Theater De Purmaryn, Purmerend, vrijdag 6 februari 2004
-Theater Catharinakapel, Harderwijk, zaterdag 7 februari 2004
-C.C. Griffioen, Amstelveen, donderdag 12 februari 2004 (uitverkocht)
-Vestzaktheater Vlissingen vrijdag 13 februari 2004
-De Eendracht, Gemert, zaterdag 14 februari 2004 (uitverkocht)

Voor de volledige agenda en meer informatie, kijk op Guido’s website: www.goedonthouden.nl

Geplaatst in Blog, Schrijven en getagd met , , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *